Rechtszaak over gerecycled bouwmateriaal kan gevolgen hebben voor heel Nederland
Een rechtszaak tussen de gemeente Sliedrecht en recyclingbedrijf Heros Sluiskil draait om een vraag die ook voor andere gemeenten van belang kan zijn: mogen gemeenten strengere regels opleggen dan de landelijke overheid voor bouwmaterialen die zijn gemaakt uit afvalverbrandingsresten?
De Raad van State, de hoogste bestuursrechter, buigt zich over de kwestie. De uitspraak kan gevolgen hebben voor het gebruik van deze gerecyclede materialen in Nederland.
Het gaat om bouwmaterialen die worden gemaakt van resten die overblijven na de verbranding van huishoudelijk afval. Na uitgebreide bewerking kunnen deze materialen opnieuw worden gebruikt, bijvoorbeeld bij de aanleg van wegen en parkeerplaatsen of als grondstof voor beton.
De gemeente Sliedrecht voerde vorig jaar nieuwe regels in voor het gebruik ervan. Volgens de gemeente moet vooraf per project toestemming worden gevraagd, zodat kan worden beoordeeld of de toepassing geen risico’s oplevert voor de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater.
Heros Sluiskil is het niet eens met de regels en stapte naar de Raad van State. Het Zeeuws-Vlaamse bedrijf is naar eigen zeggen verantwoordelijk voor ongeveer 60 procent van de verwerking van de Nederlandse afvalverbrandingsresten.
Volgens Heros voldoen de materialen al aan de landelijke milieuregels. Die regels zijn bedoeld om mens en milieu te beschermen. Een aanvullende vergunning per project zou daarom niet nodig zijn.
Het bedrijf vreest bovendien dat de extra vergunningplicht onzekerheid veroorzaakt bij aannemers. Zij moeten bij het inschrijven op een opdracht vaak al aangeven welke materialen ze willen gebruiken. Wanneer vervolgens niet duidelijk is of de gemeente het gebruik ervan toestaat, kunnen zij volgens Heros besluiten voor een alternatief te kiezen.
Een ander punt van discussie is het contact met water. Sommige producten van Heros zijn bedoeld om regenwater tijdelijk op te vangen en vervolgens geleidelijk in de bodem te laten infiltreren. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij waterdoorlatende parkeerplaatsen. Volgens het bedrijf kunnen dergelijke toepassingen door de regels van Sliedrecht in de praktijk worden bemoeilijkt.
Heros verwijst naar verschillende onderzoeken waaruit volgens het bedrijf blijkt dat de materialen aan de landelijke milieunormen voldoen. In die onderzoeken worden ook aandachtspunten genoemd, maar volgens Heros rechtvaardigen die geen algemene verplichting om voor iedere toepassing een vergunning aan te vragen.
Sliedrecht stelt daartegenover dat de landelijke regels niet in iedere situatie voldoende bescherming bieden. De gemeente wil daarom per project kunnen beoordelen of het gebruik van de materialen gevolgen kan hebben voor bodem, grondwater of oppervlaktewater.
Daarmee komt de zaak neer op een bredere juridische vraag: hoeveel ruimte hebben gemeenten om aanvullende milieuregels op te stellen wanneer voor een materiaal al landelijke normen gelden?
Volgens Heros kan het leiden tot verschillende regels per gemeente als lokale overheden afzonderlijk aanvullende vergunningen gaan eisen. Dat zou de toepassing van gerecyclede bouwmaterialen kunnen bemoeilijken. Tegelijkertijd stimuleert de landelijke overheid juist het hergebruik van grondstoffen.
De Raad van State beoordeelt niet rechtstreeks of de materialen veilig of onveilig zijn. De bestuursrechter moet bepalen of Sliedrecht voldoende heeft onderbouwd waarom een aanvullende vergunningplicht noodzakelijk is.
De uitspraak kan daarmee ook relevant zijn voor andere gemeenten die vergelijkbare regels overwegen. Wanneer de zaak wordt behandeld, is nog niet bekend.
De Raad van State, de hoogste bestuursrechter, buigt zich over de kwestie. De uitspraak kan gevolgen hebben voor het gebruik van deze gerecyclede materialen in Nederland.
Het gaat om bouwmaterialen die worden gemaakt van resten die overblijven na de verbranding van huishoudelijk afval. Na uitgebreide bewerking kunnen deze materialen opnieuw worden gebruikt, bijvoorbeeld bij de aanleg van wegen en parkeerplaatsen of als grondstof voor beton.
De gemeente Sliedrecht voerde vorig jaar nieuwe regels in voor het gebruik ervan. Volgens de gemeente moet vooraf per project toestemming worden gevraagd, zodat kan worden beoordeeld of de toepassing geen risico’s oplevert voor de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater.
Heros Sluiskil is het niet eens met de regels en stapte naar de Raad van State. Het Zeeuws-Vlaamse bedrijf is naar eigen zeggen verantwoordelijk voor ongeveer 60 procent van de verwerking van de Nederlandse afvalverbrandingsresten.
Volgens Heros voldoen de materialen al aan de landelijke milieuregels. Die regels zijn bedoeld om mens en milieu te beschermen. Een aanvullende vergunning per project zou daarom niet nodig zijn.
Het bedrijf vreest bovendien dat de extra vergunningplicht onzekerheid veroorzaakt bij aannemers. Zij moeten bij het inschrijven op een opdracht vaak al aangeven welke materialen ze willen gebruiken. Wanneer vervolgens niet duidelijk is of de gemeente het gebruik ervan toestaat, kunnen zij volgens Heros besluiten voor een alternatief te kiezen.
Een ander punt van discussie is het contact met water. Sommige producten van Heros zijn bedoeld om regenwater tijdelijk op te vangen en vervolgens geleidelijk in de bodem te laten infiltreren. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij waterdoorlatende parkeerplaatsen. Volgens het bedrijf kunnen dergelijke toepassingen door de regels van Sliedrecht in de praktijk worden bemoeilijkt.
Heros verwijst naar verschillende onderzoeken waaruit volgens het bedrijf blijkt dat de materialen aan de landelijke milieunormen voldoen. In die onderzoeken worden ook aandachtspunten genoemd, maar volgens Heros rechtvaardigen die geen algemene verplichting om voor iedere toepassing een vergunning aan te vragen.
Sliedrecht stelt daartegenover dat de landelijke regels niet in iedere situatie voldoende bescherming bieden. De gemeente wil daarom per project kunnen beoordelen of het gebruik van de materialen gevolgen kan hebben voor bodem, grondwater of oppervlaktewater.
Daarmee komt de zaak neer op een bredere juridische vraag: hoeveel ruimte hebben gemeenten om aanvullende milieuregels op te stellen wanneer voor een materiaal al landelijke normen gelden?
Volgens Heros kan het leiden tot verschillende regels per gemeente als lokale overheden afzonderlijk aanvullende vergunningen gaan eisen. Dat zou de toepassing van gerecyclede bouwmaterialen kunnen bemoeilijken. Tegelijkertijd stimuleert de landelijke overheid juist het hergebruik van grondstoffen.
De Raad van State beoordeelt niet rechtstreeks of de materialen veilig of onveilig zijn. De bestuursrechter moet bepalen of Sliedrecht voldoende heeft onderbouwd waarom een aanvullende vergunningplicht noodzakelijk is.
De uitspraak kan daarmee ook relevant zijn voor andere gemeenten die vergelijkbare regels overwegen. Wanneer de zaak wordt behandeld, is nog niet bekend.

Geen opmerkingen: