Nederland wil een circulaire economie zijn, maar zet circulaire bedrijven op slot
Nederland telt inmiddels 48.700 circulaire bedrijven. Toch gaat de groei van deze economie veel te langzaam. Bedrijven die materialen hergebruiken, repareren of terugwinnen lopen vast op ruimtegebrek, trage procedures, onvoldoende ondersteuning en een te zwakke businesscase. Dat blijkt uit nieuw landelijk onderzoek van Stec Groep en Innovatiespotter. Gezamenlijk brengen zijn voor het eerst in kaart waar circulaire bedrijven zitten, hoe zij werken en welk type ruimte zij nodig hebben.
“De circulaire economie is in Nederland allang geen niche meer”, zegt Evert-Jan de Kort, senior partner bij Stec Groep. “Er zijn volop ondernemers die circulair willen werken. Het probleem is dat beleid, ruimte en financiële randvoorwaarden onvoldoende ingericht zijn op hun groei.”
Uit het onderzoek blijkt dat de circulaire economie vooral wordt gedragen door bestaande bedrijven die hun bedrijfsvoering stap voor stap vernieuwen. Ongeveer de helft van de circulaire bedrijven bestaat al twintig jaar of langer en bijna 80% bestaat minimaal tien jaar. De transitie leidt tot een verandering binnen de bestaande economie. Juist gevestigde bedrijven ontwikkelen circulaire activiteiten naast hun bestaande lineaire activiteiten. Het draait nadrukkelijk niet alleen om startups of pilots. Tegelijk hebben circulaire bedrijven het in de huidige markt vaak wel zwaar. In de afgelopen twee jaar gingen in Nederland bijvoorbeeld tien plasticrecyclers failliet en vertrokken twee bedrijven naar het buitenland. Dat laat zien hoe kwetsbaar de transitie nog is: marktomstandigheden zijn grillig en randvoorwaarden staan onder druk.
Een van die randvoorwaarden is ruimte. Vooral bedrijven die kringlopen sluiten of grondstoffen terugwinnen zijn sterk afhankelijk van bedrijventerreinen voor opslag, verwerking en transport. Juist die plekken staan steeds meer onder druk. Eerder onderzoek van Stec Groep en CE Delft laat zien dat op bedrijventerreinen in Nederland 6 tot 15% extra ruimte nodig is om de circulaire economie goed te faciliteren. Die ruimte komt in het gedrang door woningbouw, energie-infrastructuur, stikstofbeperkingen, netcongestie en een bredere schaarste aan bedrijfsruimte.
Ook het ondersteunende ecosysteem schiet tekort. Nederland telt volgens het onderzoek 140 circulaire programma’s, netwerken, subsidies en awards, maar die bereiken samen slechts ongeveer 9.500 bedrijven. Dat is beperkt in verhouding tot de veel grotere groep bedrijven die al met circulariteit bezig is. Bovendien bereikt het huidige ecosysteem vooral grotere spelers. “Juist kleinere, innovatieve bedrijven kunnen een belangrijke rol spelen in de circulaire transitie”, zeggen projectleiders Callum Lewis van Stec Groep en Gea Vellinga van Innovatiespotter. “Maar zij vinden de weg naar ondersteuning vaak niet. Het huidige landschap van programma’s, netwerken en subsidies is daarvoor te versnipperd en bereikt nog te weinig bedrijven.”
Volgens de onderzoekers raakt de stagnerende circulaire economie aan meer dan alleen duurzaamheid. Minder afhankelijk worden van buitenlandse grondstoffen vraagt immers ook om ruimte en investeringen voor het langer gebruiken, terugwinnen en verwerken van materialen in eigen land. Daarmee raakt circulariteit direct aan strategische autonomie, leveringszekerheid en het toekomstige verdienvermogen van Nederland.
“Als Nederland minder kwetsbaar wil worden voor schokken in internationale grondstoffenketens, moet circulariteit een volwaardige economische en ruimtelijke prioriteit worden”, zegt De Kort. “Dat vraagt om structurele steun, snellere procedures en bescherming van de plekken waar deze economie daadwerkelijk draait.”
“De circulaire economie is in Nederland allang geen niche meer”, zegt Evert-Jan de Kort, senior partner bij Stec Groep. “Er zijn volop ondernemers die circulair willen werken. Het probleem is dat beleid, ruimte en financiële randvoorwaarden onvoldoende ingericht zijn op hun groei.”
Uit het onderzoek blijkt dat de circulaire economie vooral wordt gedragen door bestaande bedrijven die hun bedrijfsvoering stap voor stap vernieuwen. Ongeveer de helft van de circulaire bedrijven bestaat al twintig jaar of langer en bijna 80% bestaat minimaal tien jaar. De transitie leidt tot een verandering binnen de bestaande economie. Juist gevestigde bedrijven ontwikkelen circulaire activiteiten naast hun bestaande lineaire activiteiten. Het draait nadrukkelijk niet alleen om startups of pilots. Tegelijk hebben circulaire bedrijven het in de huidige markt vaak wel zwaar. In de afgelopen twee jaar gingen in Nederland bijvoorbeeld tien plasticrecyclers failliet en vertrokken twee bedrijven naar het buitenland. Dat laat zien hoe kwetsbaar de transitie nog is: marktomstandigheden zijn grillig en randvoorwaarden staan onder druk.
Een van die randvoorwaarden is ruimte. Vooral bedrijven die kringlopen sluiten of grondstoffen terugwinnen zijn sterk afhankelijk van bedrijventerreinen voor opslag, verwerking en transport. Juist die plekken staan steeds meer onder druk. Eerder onderzoek van Stec Groep en CE Delft laat zien dat op bedrijventerreinen in Nederland 6 tot 15% extra ruimte nodig is om de circulaire economie goed te faciliteren. Die ruimte komt in het gedrang door woningbouw, energie-infrastructuur, stikstofbeperkingen, netcongestie en een bredere schaarste aan bedrijfsruimte.
Ook het ondersteunende ecosysteem schiet tekort. Nederland telt volgens het onderzoek 140 circulaire programma’s, netwerken, subsidies en awards, maar die bereiken samen slechts ongeveer 9.500 bedrijven. Dat is beperkt in verhouding tot de veel grotere groep bedrijven die al met circulariteit bezig is. Bovendien bereikt het huidige ecosysteem vooral grotere spelers. “Juist kleinere, innovatieve bedrijven kunnen een belangrijke rol spelen in de circulaire transitie”, zeggen projectleiders Callum Lewis van Stec Groep en Gea Vellinga van Innovatiespotter. “Maar zij vinden de weg naar ondersteuning vaak niet. Het huidige landschap van programma’s, netwerken en subsidies is daarvoor te versnipperd en bereikt nog te weinig bedrijven.”
Volgens de onderzoekers raakt de stagnerende circulaire economie aan meer dan alleen duurzaamheid. Minder afhankelijk worden van buitenlandse grondstoffen vraagt immers ook om ruimte en investeringen voor het langer gebruiken, terugwinnen en verwerken van materialen in eigen land. Daarmee raakt circulariteit direct aan strategische autonomie, leveringszekerheid en het toekomstige verdienvermogen van Nederland.
“Als Nederland minder kwetsbaar wil worden voor schokken in internationale grondstoffenketens, moet circulariteit een volwaardige economische en ruimtelijke prioriteit worden”, zegt De Kort. “Dat vraagt om structurele steun, snellere procedures en bescherming van de plekken waar deze economie daadwerkelijk draait.”

Geen opmerkingen: